vrijdag 23 september 2011

Santiago - Santa Cruz - Santiago - Mendoza

Na mijn week retraite in het Radisson stap ik terug de fiets op. Niet met volle goesting, dat voelde ik gisterenavond al aan. Ik vond wel drie songs op YouTube die nauw aansloten. Move On van Emotional Fish, Carry On van CSNY en Walk On van Johnny Cash. Drie songs die mij steunen om verder te gaan.

Santiago uit rijden is nóg saaier dan Quito in de gietende regen verlaten. Deze hoofdstad is een zielloze aaneenschakeling van huizen, winkels, woonblokken, appartementsgebouwen, commerciële centra en industrieën. Op de brede lanen snellen auto's, lichte vrachtwagens en bussen. Op het gevoel rij ik zuidwaarts en neem een aantal boulevards waar ik dan bevestiging vraag of ik nog wel de goede richting uitrij. Ik blijf kilometerslang in de drukke stad rijden. Bij ieder verkeerslicht maak ik me de bedenking of ik niet beter mijn kar draai. The Sisters of Mercy hebben daar een prachtig nummer over geschreven met de toepasselijke woorden: "you can stand, at a red light, anywhere in town, ...everyone needs a hand in their decision, some of us are not so sure". Maar mijn benen blijven trappen op het vlakke land. Na enige tijd bereik ik San Bernardo. De boulevard verdwijnt en iedereen kijkt wat vreemd op als ik mij naar de weg naar Santa Cruz wil informeren. Er stuurt er mij uiteindelijk eentje naar de panamericana. Via een voetgangersbrug zie ik wat me te wachten staat: een autostrade als de E40, met razende tientruckers, vrachtwagens, bussen en ander rollend verkeer. Ik vraag me af of je hier wel mág fietsen. Er staan twee bussen en er komt er een derde aan. "Santa Cruz" staat op de verlichting te lezen. Ik twijfel niet, vraag of er nog plaats is en nog geen minuut later zit ik op weg naar de wijnstreek. Er is niets fun aan de weg, wel integendeel, het is het meest deprimerende stuk dat ik dit jaar bereden heb. In de verte is wel een besneeuwde Andes te bespeuren, maar grijze wolken nemen het over. De weinige huizen zijn ofwel afschrikkend gelijk in saaie blokvorm en eentonige kleur, ofwel in afschrikkend armoedige, slordige en vuile barakken. Er liggen architectonische parels van bedrijven en complexen, maar eveneens afgrijselijke ateliers en smerige werkstallen. De weinige dorpen zijn benauwend vierkante leefruimtes met een bangelijk symmetrische layout. Ik zie palmbomen en cactussen in een groene omgeving. Wanneer de bus de panamerican highway verlaat, rijden we langs heuvels en immense, vlakke wijngronden. Soms zijn er fruitbomen die wat contrast en kleur brengen. Het wordt lente en de bloesems verschijnen aan de takken. Het is niet bijzonder. Dit moet de saaiste wijnstreek ter wereld zijn. Met de fiets hoop ik op een betere route. Het wordt ook iets beter, het grijs wordt opgeruimd en de zon tracht te verblijden. De roze en witte bloesems staan mooi tegen een heuvelende achtergrond. De bruine wijnranken zijn nog in de winter. De tocht is zo vlak als een biljart. Ik krijg pijn in de linkerknie. Ik fiets die pijn eruit. Ik zucht diep naar het einde toe. Letterlijk. Dat heb ik dit jaar nog niet gedaan. Ik denk aan de woorden van Miet en Filip: "luister naar het gefluister van je lichaam, vóór het een schreeuw wordt". Ik volg dat principe. Ik hou ervan om eens de pijngrens te testen en te verleggen. Tijdens de voorbije maanden heb ik daar al dikwijls deugd aan gehad. De beloning na een inspanning is al heel groot geweest. "When the going gets tough, the tough keeps going", schreef Bart me. Hij kan het ook weten, hij heeft een jaar door Nieuw-Zeeland getrokken. Heeft er gefietst, gewandeld, gevaren, geklommen, kortom, ook zijn zin gedaan en genoten. Ook hij zal zijn peren gezien hebben, gelijk ik in Guatemala, Ecuador en Peru. Tijdens iedere inspanning verlies je jezelf, maar herwin je ook door de beloning. Dat gevleugelde gevoel stuwt je verder over berg en dal. Maar nu heb ik dit niet meer. Ik voelde de laatste fietsdagen dat ik "op" was. Na te hebben gerust in Cusco, Arequipa en Santiago leg ik me nu neer bij de onweerlegbare feiten: ik voel geen reislust meer. Ik heb nog geprobeerd dat op verschillende manieren aan te wakkeren. Ik heb er steeds weer plezier in gevonden. Maar telkens ik de fiets opstapte, smolt dat als sneeuw voor de zon. Ik zit er fysiek door en ik geniet niet meer op de fiets. Als ik niet kan genieten, dan heb ik er niets meer aan. Dan stop ik liever nu. Die gedachte heb ik nu al drie weken. Die kwade gedachte wou ik doen verdwijnen. Doorzetten wou ik doen. En dat heb ik dan ook tot drie maal toe geprobeerd. Maar ik stel vast dat het meer dan een gedachte is. Het is een gefluister van mijn lichaam: kwel dit lichaam niet langer. Dát ga ik nu ook doen. Bij een splitsing kan ik kiezen: zuidwaarts verder richting Ushuaia, noordwaarts terug naar Santiago. Eindelijk vinden mijn lichaam en geest bevrijding wanneer ik noordwaarts kies. Het is genoeg geweest. Hier stop ik. Ik stel me nog de vraag of ik verder reis zonder fiets. Maar het antwoord is bewust neen. Ik besef dat ik een unieke kans laat liggen. De kans dat ik hier terugkom om zuidwaarts te fietsen naar het meest zuidelijke punt van dit continent is uiterst klein. Maar ik voel er niets voor om de schoonheid en ongereptheid vanachter een busvenster te aanschouwen. Ik heb er alleen iets aan als ik het 'aan den lijve' kan ervaren. Op de panamericana aangekomen zie ik dat je er ook effectief niet mag fietsen. Toch doe ik het even. Tot ik in San Fernando een bus kan nemen. Er vertrekt er eentje en ik kan er nog bij. De controleur wil je 5000 Pesos doen betalen. 2000 voor mezelf en 3000 voor de fiets. Ik zeg dat dit een te gekke prijs is. Een vrouw van rond de vijftig jaar die me hoort, draait zich om en zegt dat ik niets hoef bij te betalen zolang fiets en fietszakken niet meer dan 70 kg overschrijden. Ook andere passagiers treden dit bij. Wanneer ze uitstapt in Rancagua, knipoogt ze naar me en spelt ze de chauffeur en de controleur de les in een Latijnse furie. Die twee vallen me niet lastig, wel integendeel, ze laden uiterst vriendelijk mijn bagage uit. Ik informeer naar bussen die me morgen naar Mendoza kunnen brengen. Tur-Bus is de enigste die de fiets kan meenemen. En er is maar een plekje meer in de hoogste reisklasse. Maar 15000 pesos valt nog mee voor een bergrit naar de Argentijnse grens en verder naar deze wijnstreek. Het is 22u30 wanneer ik het Ibis hotel binnen stap, nog een spaghetti eet, een mail naar Joker stuur en dan naar bed ga.

De volgende ochtend sta ik met een bevrijd gevoel wakker. Ik hoef niet langer te twijfelen. Ik heb een goed besluit genomen en laat het weten op de blog aan mijn lezers. Joker laat me weten dat ik op 2 oktober terug kan vanuit Buenos Aires. Het voelt super. Nu kan ik écht vakantie nemen!

De busrit brengt ons tot boven de sneeuwgrens (2800 meter). Het is een prachtig zicht tegenover de felblauwe lucht en een mooi afscheid van de Andes. Ik blijf mijn leven lang terugkomen naar dit machtig gebergte. Maar nu heb ik andere plannen. I'm going home!
De douane verloopt heel traag. Een ferm onderbemande douane neemt de tijd. Bovendien stopt de bus net voor de controlepost en gunt iedereen de tijd om een koffietje te gaan drinken. Ik blijf op de bus en bij enkelingen die deze pauze ook niet nodig hebben. De Puente del Inca in Argentinië is de plek voor de ultieme Andesfoto's. Het is na 13u30 wanneer we er met de bus verder afdalen naar Mendoza. De sneeuw verdwijnt en zandkleurige rotsen vormen het magnifieke decor. Op het scherm is er een mooi stukje klassieke symfonie met een mooie violiste die vijf minuten de aandacht verlegt. Voor de rest imponeert het landschap me en voel ik aan dat ik geen betere beslissing kon nemen. Patagonia en Vuurland is voor een andere keer. En als die andere keer nooit komt, zo is het dan maar. In Mendoza boek ik de nachtbus om 19u30 naar Buenos Aires. Morgen rond 10 uur land ik in de fijne hoofdstad. Bij een dikbelegen hamburger met vettige frietjes zoek ik op internet een hotel.

O ja, ik bén nog niet thuis :-))

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Free counter and web stats